PUNE II
1987
Bhagwan betrekt op 4 januari opnieuw het huis in de ashram in Pune,
waar hij het grootste deel van de zeventiger jaren woonde. Direct
na zijn aankomst sommeert het hoofd van de politie in Pune hem
te vertrekken, op grond van het feit dat hij 'een omstreden figuur'
is, die mogelijk 'de rust van de stad' kan verstoren. Het bevel
wordt dezelfde dag nog ingetrokken op last van het Hooggerechtshof
in Bombay.
Dezelfde Hindoe-fanaticus, die in mei 1980 probeerde hem te vermoorden
door tijdens een toespraak een mes naar hem te gooien, begint opnieuw
agressief te worden. Hij dreigt dat hij met 200 commando's, 'bedreven
in de kunst van het vechten', de ashram binnen zal vallen - tenzij
Bhagwan uit Pune verdreven wordt.
Ongeveer tegelijkertijd beginnen Indiase Ambassades over de hele wereld, samen met de Immigratiedienst op de luchthaven van Bombay, visa te weigeren aan mensen uit het westen 'die bekend staan als volgelingen van Acharya Rajneesh'.
1987
Na een ziekte van zeven weken, waarin een eenvoudige infectie op
geen enkele behandeling reageert, stellen zijn dokters op 6 november
vast dat zijn hele lichamelijke conditie sterk achteruit is gegaan.
Dat is te wijten aan een opgelopen vergiftiging: een verder analyse
wijst uit dat het om een thalliumvergiftiging gaat.
Tijdens een toespraak verklaart Bhagwan te geloven dat de Amerikaanse autoriteiten tijdens de twaalf dagen (in september 1985) dat zij hem onder hun hoede hadden, hem een langzaam werkend gif toegediend hebben.
1988
Het optreden van de autoriteiten in de hele 'vrije wereld' komt er feitelijk op neer, dat men probeerde Bhagwan te isoleren door hem binnen India te houden, als was het een soort verbanningsoord. Maar duizenden discipelen reizen nu naar Pune: ze willen opnieuw de nabijheid van hun Meester ervaren.
1989
Bhagwan maakt bekend, dat hij een nieuwe naam gekozen heeft. Voortaan zal hij bekend zijn onder de naam Osho. Zijn gezondheid verslechtert steeds meer.
1990
Osho overlijdt op 19 januari. De urn met zijn as wordt op de ashram bijgezet.
De inscriptie op de aangebrachte gedenkplaat luidt:

OSHO
Never Born
Never Died
Only Visited this
Planet Earth between
Dec 11 1931 - Jan 19 1990

